Overslaan en naar de inhoud gaan

Kleine dwergloper Microlestes minutulus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Microlestes [genus] (2/2)
minutulus [soort]

Xerofiel, heliofiel. Op vrij droge, open en zonnige plaatsen op zandige of grindachtige, soms kleiige bodem met een ijle vegetatie (Lindroth 1986). Op lemige bodem o.a. in het gezelschap van Agonum micans en Acupalpus exiguus (Assmann & Starke 1990). In Midden-Europa vanaf de laagvlakte tot in de bergdalen, tot ca. 1000 m (Burmeister 1939). In Zwitserland vooral in de heuvels en het montane gebied, met een maximum hoogte van ca. 1500 m, vooral op open zandige bodem in detritus en onder bladrozetten van lage planten (Marggi 1992). In Zuid-Engeland doorgaans in aanspoelsel aan de kust (Luff 1998).

Vangpotten. Groep: Z(B) (5 series, 9 individuen). De weinige vangsten komen van uiteenlopende droge en warme terreinen, namelijk vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens) [6], duinstruweel [10] en kalkgrasland [25]. Deze geven zeker geen compleet beeld van de oecologie. Eurytopie: 3 (PRES = 0,09 en SIM = 0,52). Bodem: kalk. Vocht: 2. Begeleiders: onvoldoende gegevens.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.