Overslaan en naar de inhoud gaan

Heidekortnek Nebria salina

Foto: Dick Belgers

Indeling

Carabinae [subfamilie]
Nebria [genus] (4/3)
salina [soort]

Biotopen

Meer dan N. brevicollis in open, droge en voedselarme terreintypen zoals heiden, stuifzanden en duinen. Op bepaalde, meestal zandige, vrij droge plaatsen zoals bosranden en open plekken in bossen, kunnen N. brevicollis en N. salina door elkaar voorkomen. Evenals N. brevicollis, koudepreferent en lichtschuw (Thiele 1977). Minder cultuurtolerant dan N. brevicollis maar wel op extensief geëxploiteerde cultuurterreinen in Engeland (Luff et al. 1989, 1992). In Drenthe in open heidevegetaties en op afgegraven hoogveen (Den Boer 1977). Vooral na het afplaggen van heide soms in grote aantallen gevangen op het Dwingelderveld (Den Boer & Van Dijk 1996).

Vangpotten. Groep: B2 (119 series, 1.355 individuen). De hoogste dichtheden in open en vrij droge en zonnige terreinen, zoals Calluna-heiden en vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens) [4-6] en zandige terreinen in het binnenland zoals graslanden [11-12], braakland en jonge naaldbosaanplant [14-15]. Hij ontbreekt nagenoeg in de duinen [7-10]. Eurytopie: 5 (PRES = 0,45 en SIM = 0,63). Bodem: zand- en veenbodem. Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: Calathus melanocephalus 85,1% (11,7%), Calathus erratus 77,7% (15,0%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.