Overslaan en naar de inhoud gaan

Heidekortnek Nebria salina

Foto: Dick Belgers

Indeling

Carabinae [subfamilie]
Nebria [genus] (4/3)
salina [soort]

Levenswijze

Nachtactief. Volgens Lindroth (1985) lijkt zijn biologie sterk op die van N. brevicollis en is hij eveneens een herfstvoortplanter (september-oktober), waarvan vermoedelijk de larven overwinteren. De kevers komen in het voorjaar uit de pop. ‘Verse’ dieren in Zweden in juni (Lindroth 1945). De hoogste activiteit ligt in mei-juni en wordt veroorzaakt door de jonge adulten voordat deze in zomerdiapauze gaan. De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: macropteer, met vliegwaarnemingen (TVH, Desender 1986), functionele vleugels en vliegspieren (Desender 1989a).

Bij onderzoek naar de vliegspierontwikkeling van een groot aantal exemplaren van de eilandengroep Oygarden (Noorwegen) bleken dieren met goed ontwikkelde vliegspieren significant groter te zijn dan dieren met slechte vliegspierontwikkeling (Jalving 1990). Op kleine eilanden met zeevogelkolonies komen meer dieren voor met goedontwikkelde vliegspieren dan op eilanden zonder vogelkolonies, waarschijnlijk ten gevolge van een betere voedselsituatie voor de larven (vergelijk N. brevicollis).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.