Overslaan en naar de inhoud gaan

Zwarte moerasloper Oodes helopioides

Foto: Dick Belgers

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Oodes [genus] (1/1)

Een extreem hygrofiele soort. Typisch voor en dominant in laagveenmoerassen, op vochtige tot natte, moerassige plaatsen aan stilstaand of langzaam stromend water, met name op een modderige of siltige bodem met een matige beschaduwing van grassen, zeggen (Carex), vlotgras (Glyceria), lisdodde (Typha) en/of riet (Phragmites australis), maar ook bij een volledige beschaduwing van elzenbroekbos (Alnus glutinosa) of wilgenbos (Salix) (Assmann & Starke 1990, Lindroth 1974, 1986). Bij voorkeur aan eutroof water (Lindroth 1974, 1986), zoals poelen in het uiterwaardgebied van de Nederrijn (Jarmer 1973), niet in oligotrofe venen en veenmos (Sphagnum) (Assmann & Starke 1990). In Midden-Europa een bewoner van het laagland tot in het middelgebergte, tot een hoogte van maximaal ca. 800 m (Burmeister 1939), aldaar eveneens vooral in rietland op een moerassige of venige bodem (Marggi 1992).

Vangpotten. Groep: G2 (29 series, 257 individuen). In tegenstelling tot hetgeen in de literatuur vermeld wordt, zijn de hoogste scores van het oligotrofe hoogveen [1], in natte heiden [2-3] is hij echter niet gevangen. Voor het overige in hoofdzaak in vochtige tot natte bossen en rietland [21-22, 28], ruderale plaatsen [24] en kruidenrijke graslanden [26] en in mindere mate op open, natte plekken [30-31]. Gezien het relatief grote aantal vangsten van deze moerassoort, beweegt hij zich tot op flinke afstand van het water, waardoor hij op de wat drogere delen toch met vangpotten kan worden bemonsterd. Eurytopie: 5 (PRES = 0,3 en SIM = 0,63). Bodem: geen voorkeur. Vocht: 4. Begeleiders: Pterostichus strenuus 93,1% (4,3%), Pterostichus vernalis 82,8% (4,7%), Dyschirius globosus 75,9% (5%) en Pterostichus melanarius 75,9% (4,4%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.