Overslaan en naar de inhoud gaan

Slanke halmklimmer Ophonus puncticeps

Foto: Tim Faasen

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Ophonus [genus] (13/10)
puncticeps [soort]

Het is een gematigd eurytope veldsoort, die iets minder xero-thermofiel is dan de meeste Ophonus (Metophonus)-soorten (Lindroth 1974, 1986). Een voorkeur voor terreinen met een lichte vorm van storing, zoals ruderale plaatsen, wegbermen en zand- of kalkgroeven, maar ook in schrale graslanden en kalkgraslanden met een begroeiing van schermbloemigen (Luff 1998). Zowel in het laagland als in de heuvels en het montane gebied, tot maximaal ca. 1000 m hoogte (Burmeister 1939, Marggi 1992).

Vangpotten. Groep: D1 (22 series, 621 individuen). De vangsten komen in hoofdzaak van ruderale plaatsen en kalkgraslanden [24-25]; verder enkele vangsten uit schrale graslanden [11] en zandbanken aan de kust [31]. Eurytopie: 3 (PRES = 0,15 en SIM = 0,53). Bodem: kalk. Vocht: 2. Begeleider: Pterostichus madidus 100% (100%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.