Overslaan en naar de inhoud gaan

Langhalsschorsloper Paradromius longiceps

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Paradromius [genus] (2/2)
longiceps [soort]

Hygrofiel. Een soort van moerassige oevers van meren en rivieren, vooral in dichte rietgordels in de oude vegetatie en pollen van zeggen (Carex), of in het strooisel onder struweel van wilgen (Salix) en elzen (Alnus glutinosa); in Noord-Europa ook aan de kust in zandhaver (Leymus arenarius) en helm (Ammophila arenaria), of onder hopen oud plantenmateriaal (Lindroth 1974, 1986, Luff 1998). Ook in stengelleden van dood riet en in holle oude stengels van brandnetels. Vaak in het gezelschap van Odacantha melanura en Demetrias imperialis. Een uitgesproken dier van het laagland en het lagere heuvelland, maximaal tot ca. 500 m (Burmeister 1939). Marggi (1992) bericht van een exemplaar dat in de winter gezeefd werd uit vochtig strooisel bij een dode boom. De habitat doet sterk denken aan die van Demetrias monostigma, maar het accent ligt sterker op de vochtige terreinen in het binnenland.

Vangpotten. Niet gevangen.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.