Overslaan en naar de inhoud gaan

Langhalsschorsloper Paradromius longiceps

Indeling

Harpalinae [subfamilie]
Paradromius [genus] (2/2)
longiceps [soort]

Nachtactief. Voortplanting in het voorjaar. De larven ontwikkelen zich in de zomer, ‘verse’ dieren kunnen in de herfst worden gevonden in augustus en september (Burmeister 1939). Volgens Büngener et al. (1991) zijn de dieren in de herfst niet meer actief. Overwintering als imago achter schors, in graspollen of aan de voet van bomen, maar vooral in oude rietstengels, o.a. recent in de Brabantse Biesbosch in aantal (Teunissen & Blommaart 1994). De larve is opgenomen in de tabel van Luff (1993).

Dispersie: macropteer. De vleugels zijn volledig ontwikkeld, en vliegwaarnemingen zijn, behalve door Lindroth (1945), gemeld uit Hongarije (lichtvallen) (Kádár & Szél 1995) en uit Zuid-Europa door Assmann & Starke (1990).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.