Overslaan en naar de inhoud gaan

Bosspiegelloopkever Notiophilus rufipes

Foto: Dick Belgers

Indeling

Carabinae [subfamilie]
Notiophilus [genus] (8/8)
rufipes [soort]

In Nederland een tamelijk eurytope en niet zeldzame bossoort. Volgens verschillende auteurs echter vrij stenotoop (o.a. Desender 1989a). In hoofdzaak in loofbos. Over het algemeen op wat vochtiger en schaduwrijker plaatsen dan N. biguttatus. Volgens Mandl (1978) is hij hygrofiel. Horion (1941) noemde het een soort van beukenbossen. Volgens Rabeler (1969), Heitjohann (1974) en Thiele (1977) heeft de soort in Duitsland een voorkeur voor het eiken-berkenbos in het laagland, hetgeen door de Nederlandse vangpotgegevens wordt onderschreven. Den Boer (1977) noemde het voor Drenthe een soort van droog tot vochtig bos. In Zwitserland een typische soort voor het strooisel in vochtige en moerassige bossen vanaf het heuvelland tot montaan, zelden sub-alpien, maximaal ca. 1600 m (Marggi 1992).

Vangpotten. Groep: D3 (206 series, 4.319 individuen). De hoogste dichtheden in de bossen [15-20] met name in het eiken-berkenbos [18] en struikvegetaties in het binnenland [23], een categorie waarin weliswaar geen hoge presenties, maar wel soms hoge dichtheden gehaald worden, hetgeen ook geldt voor schrale graslanden op zandbodem [11]. De soort mijdt de meest open en instabiele terreintypen. Eurytopie: 7 (PRES = 0,61 en SIM = 0,77). Bodem en Vocht: geen voorkeur. Begeleiders: Notiophilus biguttatus 83% (37,8%), Pterostichus oblongopunctatus 82,0% (44,2%); wederzijds >50%: Calathus rotundicollis 68,4% (60,8%), Leistus rufomarginatus 65,5% (65,2%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.