Overslaan en naar de inhoud gaan

Slanke spiegelloopkever Notiophilus aestuans

Indeling

Carabinae [subfamilie]
Notiophilus [genus] (8/8)
aestuans [soort]

Biotopen

Een stenotope droogte- en warmteminnende soort. Volgens Gersdorf (1937) op open, zonnige plekken in naaldbos en xerotherme plekken op leembodem. Bij ons een karakteristieke soort van Calluna-heiden en andere droge open zandige of venige terreinen met een spaarzame vegetatie, soms op bodem met een bijmenging van klei (Lindroth 1985). Ook op kalkbodem. Barndt et al. (1991) noemden hem in hun lijst betreffende de omgeving van Berlijn ‘xerobiont’ en voorkomend in droge, schrale terreinen en heiden. Op de Britse Eilanden omvat de habitat soortgelijke terreintypen, inclusief steengroeven, grindbanken en rivierduinen (Hyman 1992, Lindroth 1974). In de bergen op open plekken, tot 1500 m. Marggi (1992) gaf voor Zwitserland een scala aan open terreinen op waarin de soort is waargenomen, van akkers tot leemputten en alpiene steppen.

Vangpotten. Groep: A1 (7 series, 12 individuen). De spaarzame vangsten komen uit droge heiden en vegetaties met buntgras (Corynephorus canescens) [4,6] en naaldbossen [17]. Eurytopie: 2 (PRES = 0,09 en SIM = 0,39). Bodem en Vocht: geen voorkeur. Begeleider: Pterostichus niger 100% (1,6%).

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.