Overslaan en naar de inhoud gaan

Gewone boogkever Trechus obtusus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Trechinae [subfamilie]
Trechus [genus] (3/3)
obtusus [soort]

Vooral nachtactief, maar afhankelijk van de temperatuur ook dagactief. Mannetjes met uitgestoken genitaliën werden in Drenthe gevonden van augustus tot soms in januari; de voortplanting vindt dan ook plaats in het najaar, tot aan het begin van de winter (Den Boer 1977 en Den Boer & Den Boer-Daanje 1990). Volgens Lindroth (1985) reproduceert de soort zowel in het voor- als najaar. Overwintering als larve. Het voedsel bestaat o.a. uit eieren van vliegen (Thiele 1977). De larve is opgenomen in de tabellen van Arndt (1991) en Luff (1993).

Dispersie: brachypteer/dimorf. Op de Britse Eilanden is de soort constant ongevleugeld (Luff 1998). Op het vasteland van Europa werden doorgaans slechts lage percentages gevleugelde aangetroffen, ca. 4% in Drenthe (Haeck 1971). In de nieuwe IJsselmeerpolders lagen deze in de eerste periode veel hoger: Oostelijk Flevoland (1964) 95%. In latere jaren neemt dit percentage bij T. obtusus af tot 52% in 1968, terwijl in de oudere Noordoostpolder slechts 8% gevleugeld bleek te zijn. Ook het feit dat al in 1968 enkele exemplaren in het centrum van Zuidelijk Flevoland werden aangetroffen, maakt het zeer aannemelijk dat de eerste kolonisatie door gevleugelde individuen van deze soort heeft plaatsgevonden. Van T. obtusus bestaan diverse vliegwaarnemingen, o.a. in raamvallen in Drenthe: augustus 1 en september 1 (Van Huizen 1980, TVH). Ook in België werden grote verschillen aangetroffen, met de hoogste aantallen gevleugelde in populaties met lage dichtheden (Desender 1989a). Van de gevleugelde exemplaren bezat slechts een deel volledig ontwikkelde vliegspieren, terwijl een deel van de gevleugelde individuen vliegspierautolyse vertoonde. Er werd ook een vrouwtje met rijpe eieren en volledig ontwikkelde vliegspieren aangetroffen. De recente introductie van de soort in West-Canada is besproken door Kavanaugh & Erwin (1985). De rol van het vliegen bij de uitbreiding is volgens deze studie moeilijk te reconstrueren.

Bron

Auteur(s)

Turin, H.

Publicatie

  • Turin, H. 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). Nederlandse Fauna 3: 1-666. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.