Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Rhododendroncicade Graphocephala fennahi

Foto: Hans Jonkman

Indeling

Cicadellidae [familie]
Graphocephala [genus] (1/1)
fennahi [soort]

De levenswijze van de rhododendroncicade wordt beschreven door Nickel (2003). De soort kent één generatie per jaar met adulten van juni tot en met november met een enkel exemplaar in december. De top ligt duidelijk in augustus (Waarneming.nl). De eieren worden door de vrouwtjes met behulp van een legboor onder de epidermis van de schubben van de bloemknoppen van rododendron gestoken van begin september tot eind oktober. De eieren zijn ongeveer 1,8-2,0 mm lang, 0,7 mm breed en ovaal gevormd. Ze worden per stuk los afgezet, maar omdat vrouwtjes vaak veel eieren in één bloemknop afzetten ontstaan er waaierachtige patronen van eieren. Bij tellingen in Noorwegen bleken er gemiddeld 25 eieren per bloemknop te zitten (Endrestøl 2017). Maar ook grotere aantallen tot 327 eieren per bloemknop worden gerapporteerd (Ferracini et al. 2003). Overwintering ge­beurt in het eistadium.

De eerste larvale stadia komen begin mei tevoorschijn juist voordat de rododendrons beginnen te bloeien (Ulenberg & Van Frankenhuyzen 1986). De bleekgroene larven zuigen aan de onderkant van de jonge bladeren en bloemknoppen. Er zijn vijf larvale stadia en deze stadia overlappen deels in tijd. De nieuwe adulten verschijnen vanaf midden juni (Ulenberg & Van Frankenhuyzen 1986). Terwijl de larven vrijwel uitsluitend aan de onderzijde van de bladeren aangetroffen worden, komen de adulten ook aan de bovenzijde van het blad voor waar zij ook zuigen.

Vrijwel alle cicaden die in Nederland voorkomen zuigen met behulp van hun zuigsnuit in bladmoes of in zeefvaten (met de sapstroom vanuit de bladeren naar beneden), een kleine groep cicaden zuigt juist in de houtvaten (met de sapstroom vanuit de wortels naar boven). Omdat in de houtvaten een onderdruk heerst dienen de cicaden stevig te zuigen en al deze cicaden hebben een fors ontwikkeld voorhoofd met daarin plek voor de krachtige zuigspieren. De rododendroncicade behoort tot deze kleine groep cicaden.

Rododendroncicaden zijn goede vliegers en daaraan is het te danken dat deze cicade ook regelmatig op andere planten waargenomen wordt als Hedera, maar ook op bomen als coniferen, Acer, Platanus, Tilia, etc (Nickel 2003, Sergel 1987, eigen waarnemingen auteur). Larven zijn in Europa onder natuurlijke omstandigheden nog nooit op andere planten dan rododendrons waargenomen (Endrestøl 2017). Dat toont duidelijk aan dat rododendroncicade hun voortplantingscyclus alleen kunnen doormaken op rododendron. Dit ondanks suggesties dat in Europa deze cicadensoort misschien polyfager van aard zou kunnen zijn (Sergel 1987). Het is dus zowel in het oorsprongsgebied in Noord-Amerika als in Europa een monofage soort (Endrestøl 2017).

Rododendrons komen in veel variëteiten en soorten voor in onze tuinen. Of de rododendroncicade op alle plantenlijnen voorkomt is onduidelijk. Onder veldomstandigheden in Italië bleek wel dat de rododendroncicade op alle 25 geteste variëteiten eieren afzette maar dat er wel forse onderlinge verschillen voorkomen tussen de rododendronvariëteiten in het aantal eieren per knop (Ferracini et al. 2003).

Bron

Auteur(s)

Bieman, C.F.M. den