Overslaan en naar de inhoud gaan

Kleine roetbij Panurgus calcaratus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Andreninae [subfamilie]
Panurgus [genus] (2/2)
calcaratus [soort]

Eén generatie. Overwintert als prepop. Nestelt in de grond, leeft facultatief communaal, dat wil zeggen dat nestingangen door meerdere vrouwtjes kunnen worden gedeeld (2-20 exemplaren), maar dat ook solitair levende vrouwtjes voorkomen (Levermann 2000). Levermann (2000) vond gemiddeld 1,8 vrouwtjes (maximaal 5) in 13 nesten. De nesten worden vaak hergebruikt door vrouwtjes die zich in hetzelfde nest ontwikkeld hebben. De nestingangen liggen meestal zeer dicht bij elkaar, zijn onregelmatig en met kleine zandhoopjes omgeven. De broedcellen die in Nederland werden opgegraven lagen op een diepte van 10-25 cm en de nestgangen waren 5-6 mm breed. De cellen waren ovaal van vorm en ongeveer 6 x 8 mm (Loonstra 2010b). Broedcellen zijn bekleed met een secreet dat als een glanzend laagje opdroogt. Ze liggen op het eind van horizontale zijgangen, die na proviandering en eileg met zand worden opgevuld. Bij de bevoorrading van de broedcel wordt eerst in een aantal vluchten stuifmeel verzameld, waarna met behulp van nectar en misschien ook eigen speeksel een volkomen rond balletje van 3 mm doorsnede wordt geboetseerd. Daarna wordt het balletje overgoten met nectar, het ei van ongeveer 1,8-2 mm lengte op het balletje gelegd en de broedcel afgesloten met zand (Loonstra 2010b). De aanvankelijk wit tot crèmekleurige larve wordt na het eten van het stuifmeel vrijwel geheel geel en ontdoet zich pas van fecaliën nadat de gehele voedselvoorraad is opgegeten. Het uitscheiden geschiedt in pulsen; de fecaliën worden tegen de achterwand van de broedcel gepropt. Na het uitscheiden is de larve weer geheel wit tot crèmekleurig. De larven overwinteren als prepop en liggen op hun rug. Ze spinnen enkele draden rondom zichzelf en aan de bovenzijde van de broedcel, mogelijk om hun positie tijdens het overwinteren te consolideren. Een exemplaar gevonden op 25 juli verpopte op 2 juni van het daaropvolgende jaar. Een aantal exemplaren verpopte niet in het daaropvolgende jaar, hetgeen zou kunnen duiden op overliggen van prepoppen (Loonstra 2010b). Knerer (1980b) vond in augustus in de nesten naast larven en eieren van het nieuwe broed ook poppen en vers uitgekomen imago's van het voorgaande jaar. Tussen vrouwtjes die eenzelfde nestingang gebruiken werd geen communicatie waargenomen. De nesten worden nooit bewaakt of verdedigd, ook niet als Nomada fuscicornis massaal aanwezig is. Panurgus calcaratus opent het nest halverwege de ochtend, maakt gemiddeld vijf voedselvluchten en sluit het in het begin van de middag (Levermann et al. 2000). De larve is beschreven door Micheli (1936) en Michener (1953a). Loonstra (2010b) geeft foto's van broedcel, ei, rustlarve en pop (zie ook foto's op p. 427). Oligolectisch, gespecialiseerd op gele composieten van de subfamilie Cichorioideae. In Nederland worden vrouwtjes vooral waargenomen op biggenkruid, havikskruid, leeuwentand en streepzaad. Mannetjes bezoeken ook diverse andere bloemen.

Als koekoeksbijen zijn Nomada fuscicornis en N. errans bekend (Knerer 1980b, Stöckhert 1933).

 

Bron

Auteur(s)

Peeters, Th.M.J.

Publicatie