Overslaan en naar de inhoud gaan

Rode koekoekshommel Bombus rupestris

Foto: Wijnand van Buuren

Indeling

Apinae [subfamilie]
Bombus [genus] (31/29)
rupestris [soort]

Dit is de laatst verschijnende koekoekshommelsoort van ons land: vrouwtjes verschijnen niet voor begin mei, mannetjes niet voor juli. Dit is opmerkelijk, omdat de belangrijkste gastheer al vanaf half maart vliegt. Mogelijk wordt een nest pas geparasiteerd als het gastheervolk wat groter is. Jonge vrouwtjes verschijnen eind juli en in augustus. Ontwikkelingsduur van onvolwassen stadia als Bombus barbutellus.

Belangrijkste gastheer is B. lapidarius, maar de soort is ook gemeld van nesten van B. sylvarum en B. pascuorum. In het buitenland is hij ook gekweekt uit nesten van B. sichelii Radoszkowski, 1859 (Moczar 1977).

In het voorjaar is in graslanden paardenbloem een van de belangrijkste voedselplanten voor de vrouwtjes, in zandige bermen en op dijken zijn later verschijnende exemplaren

vaak aan te treffen op beemdkroon. Op wat voedselrijkere gronden worden vogelwikke en rode klaver door zowel oude als jonge vrouwtjes veel bezocht. Langs randen van loofbossen is kruipend zenegroen een rijke nectarbron voor de vrouwtjes. Mannetjes foerageren veelvuldig op kruldistel en speerdistel langs bosranden en struikgewas. Veelal verblijven zij geruime tijd op deze planten, vaak in gezelschap van mannetjes van andere koekoekshommels. Daarnaast foerageren zij regelmatig, maar doorgaans kortstondiger, op gewone braam, valse salie en witte klaver. Ook in tuinen is de soort op allerlei cultuurvariƫteiten van vetkruiden of composieten zoals asters te verwachten.

Ā 

Bron

Auteur(s)

Roos, M.

Publicatie