Overslaan en naar de inhoud gaan

Boomhommel Bombus hypnorum

Foto: Susanne Kuijpers

Indeling

Apinae [subfamilie]
Bombus [genus] (31/29)
hypnorum [soort]

Eén generatie. Ontwikkelingsduur van onvolwassen stadia als Bombus barbutellus. Mannetjes wachten veelal rondom de nestopening op uitvliegende jonge koninginnen om daarmee te paren. Soms vergrijpen ze zich echter ook aan koninginnen van andere soorten (Mervyn Roos, eigen waarneming). Nestelt in boomholten, maar betrekt in bebouwde omgeving echter vaak ook allerlei kunstmatige nestplaatsen zoals vogelnestkasten, spouwmuren, schuren en stallen. Kolonies middelgroot tot groot, met 80-400 individuen. 'Pollen-storer'. In bossen en aan bosranden foerageert de soort vaak op aalbes, blauwe bosbes, gewone braam, vingerhelmbloem en voorjaarshelmkruid. Op kapvlakten, brandplekken en langs slootranden (in de buurt van bomen) talrijk op wilgenroosje. In agrarisch landschap en in wegbermen is de soort regelmatig op verschillende soorten distels, rode klaver en vogelwikke aan te treffen. Op droge heideterreinen zijn struikhei, sporkehout en brem favoriet. In vochtige gebieden zoals moerassen en moerasbossen zijn haagwinde, moerasandijvie en wilgen de belangrijkste voedselplanten. In het voorjaar foerageren koninginnen in tuinen graag op dwergmispel en rode ribes. In parken en plantsoenen vaak bijzonder talrijk op linde en sneeuwbes. Af en toe foerageert de soort ook vrij ver van bomen, bijvoorbeeld in de duinen op slangenkruid, zelfs in de zeereep op blauwe zeedistel. Werksters zijn ook regelmatig op bladeren van fruitbomen aan te treffen, waar zij de zoete afscheiding van bladluizen (honingdauw) oplikken. De soort likt ook regelmatig extraflorale nectar van bladeren van laurierkers.

Bombus barbutellus en B. norvegicus parasiteren de nesten van deze soort.

 

Bron

Auteur(s)

Roos, M.

Publicatie