Overslaan en naar de inhoud gaan

Rimpelkruinbloedbij Sphecodes reticulatus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Halictinae [subfamilie]
Sphecodes [genus] (20/20)

Eén generatie. Ontwikkeling van ei tot imago vindt plaats in lente en voorzomer. Paart in nazomer. Volwassen vrouwtjes overwinteren en vliegen vanaf begin mei. Koekoeksbij van bodembewonende bijensoorten. Andrena barbilabris is herhaaldelijk als hoofdgastheer genoemd (Blüthgen 1919, 1934, Bischoff 1927, Stöckhert 1933, Popova 1983). Het verspreidingspatroon van Sphecodes reticulatus en deze zandbij komt in Nederland vrij aardig overeen, maar vrouwtjes van A. barbilabris vliegen meer dan een maand eerder dan die van S. reticulatus. Aannemelijker als hoofdgastheer in Nederland is daarom A. argentata, die net als S. reticulatus in hoogzomer vliegt en even spaarzaam over het land verspreid is. In 2009 is in een omvangrijke kolonie van A. argentata op Terschelling een vrouwtje van S. reticulatus als enige bloedbij aangetroffen, kruipend van nest naar nest (Jeroen de Rond, eigen waarneming). Ook Celary (1991) noemt deze zandbij als gastheer. Lasioglossum prasinum, vermeld door dezelfde auteur, lijkt minder waarschijnlijk. Deze groefbij vliegt weliswaar gelijkertijd met S. reticulatus, maar is als gastheer wat aan de kleine kant (Peeters et al. 1999). Loonstra (2006) nam op een afgeplagd terrein waar dat S. reticulatus een nest van L. leucozonium binnendrong en trof op deze plek steeds deze soorten tezamen aan. Vegter (1993) noemt A. wilkella als mogelijke gastheer. Voornamelijk op composieten gevonden, maar ook op grijskruid en struikhei (Westrich 1989b). Mannetjes bezoeken in de nazomer vaak guldenroede.

 

Bron

Auteur(s)

Rond, J. de

Publicatie