Overslaan en naar de inhoud gaan

Kleine spitstandbloedbij Sphecodes longulus

Foto: Tim Faasen

Indeling

Halictinae [subfamilie]
Sphecodes [genus] (20/20)
longulus [soort]

Eén generatie. Ontwikkeling van ei tot imago vindt plaats in lente en voorzomer. Paart in nazomer. Volwassen vrouwtjes overwinteren en vliegen van begin april tot begin juli. Koekoeksbij van bodembewonende groefbijen. Bekende gastheren zijn Lasioglossum leucopus, L. minutissimum en L. morio (Alfken 1909, 1912b, Blüthgen 1923, 1934, Stöckhert 1933, 1954, Vegter 1993). In Flevoland was L. minutissimum op veel plaatsen de enige aanwezige van deze soorten (Jeroen de Rond, eigen waarneming). Van der Vecht (1928a) vond een vrouwtje van Sphecodes longulus samen met twee vrouwtjes van L. tarsatum in dezelfde nestgang. In de Amsterdamse Waterleidingduinen is S. longulus waargenomen rond enkele duinmeertjes waar uitsluitend L. tarsatum als potentiële gastheer werd gevonden (de rond 2004). Ook L. lucidulum en L. sexstrigatum zijn als mogelijke gastheer genoemd (Vegter 1993). Westrich (1989b) noemt naast diverse composieten en schermbloemen ook vogelmuur als nectarplant.

 

Bron

Auteur(s)

Rond, J. de

Publicatie