Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote bloedbij Sphecodes albilabris

Foto: Susanne Kuijpers

Indeling

Halictinae [subfamilie]
Sphecodes [genus] (20/20)
albilabris [soort]

Eén generatie. Ontwikkeling van ei tot imago vindt plaats in lente en voorzomer, paart in de nazomer. Volwassen vrouwtjes overwinteren en vliegen van eind maart tot juni. Vanaf midden juli vliegt de nieuwe generatie van beide seksen. Mannetjes zijn nog laat in de herfst te vinden op bloemen, maar sterven voor de winter. De vrouwtjes graven vanaf eind augustus een ondergrondse schuilplaats (De Rond 2004) om volgend voorjaar weer tevoorschijn te komen. Colletes cunicularius is de enig bekende gastheer in Nederland. Omdat vrouwtjes Sphecodes albilabris nog tot laat in de zomer vliegen is de verleiding groot om ze als koekoeksbij aan een zomerse bijensoort te koppelen. Hoewel dit door verschillende auteurs werd verondersteld, is het bewijs daarvoor in Noordwest-Europa nooit geleverd. In zuidelijkere delen van Europa is echter een relatie met de niet in Nederland voorkomende zomersoort Melitturga clavicornis (Latreille, 1806) vastgesteld (Rozen 1965) en wordt Halictus sexcinctus als gastheer in het voorjaar vermoed (Martin 2012). Celary (1991) noemt H. quadricinctus als gastheer. In de lente zijn vrouwtjes nauwelijks te betrappen op het zoeken van voedsel. Bij hoge uitzondering wordt paardenbloem bezocht. In augustus kan men mannetjes op diverse composieten en schermbloemen aantreffen, maar speerdistel en koninginnenkruid zijn dan bij beide seksen favoriet.

 

Bron

Auteur(s)

Rond, J. de

Publicatie