Overslaan en naar de inhoud gaan

Donkere klaverzandbij Andrena labialis

Foto: Dick Belgers

Indeling

Andreninae [subfamilie]
Andrena [genus] (84/73)
labialis [soort]

Eén generatie. Mogelijk is er een partiële tweede generatie, want er zijn vangsten uit augustus bekend. De nesten worden zelf gegraven, zowel in de grond als in steilwandjes. Vaak in kleinere tot grotere aggregaties (Westrich 1989b). Waarschijnlijk communaal, want enkele vrouwtjes werken aan hetzelfde nest en herhaaldelijk gebruiken twee of drie vrouwtjes dezelfde nestingang (Sowa & Mostowska 1978, Westrich 1989b). Friese (1921) beschrijft een nest dat mogelijk van Andrena labialis is. De nestgang van een nest in een steilwandje boog na 10 cm recht naar beneden. Rondom de nestgang bevonden zich de broedcellen, waarvan de bovenste het eerste was aangelegd. Hierin zat een pop, in de onderste cellen zaten larven. Waarschijnlijk oligolectisch op vlinderbloemen (Westrich 1989b; databestand EIS-Nederland). Veel gevonden op rode en witte klaver. Vrouwtjes zijn daarnaast regelmatig te zien op bloemen uit andere families, maar daar drinken ze alleen nectar.

Zeer waarschijnlijk zijn Nomada stigma en Sphecodes rubicundus broedparasieten (Möschler 1938), mogelijk ook N. mutabilis en N. fulvicornis (Kocourek 1966). Sowa & Mostowa (1978) noemen ook sluipvliegen als parasieten. De mier Lasius niger rooft voedsel uit de nesten (Sowa & Mostowska 1978).

 

Bron

Auteur(s)

Smit, J.

Publicatie