Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Paardenbloembij Andrena humilis

Foto: Dick Belgers

Indeling

Andreninae [subfamilie]
Andrena [genus] (84/73)
humilis [soort]

Eén generatie. Een late melding betreft een afgevlogen vrouwtje op 1 augustus (Van der Vecht 1928b). Volgens Dylewska (1987) vliegen in Zuid-Europa twee generaties. De mannetjes patrouilleren vooral langs de drachtplanten. Nestelt in ons land in aggregaties, die zelden meer dan honderd nesten tellen. In Engeland gemeld van zeer grote kolonies in harde zandpaden die gedurende vele tientallen jaren achter elkaar aanwezig waren. De 4-5 broedcellen per nest liggen op een diepte van 12-25 cm (Bonelli 1964, Perkins 1919, Wolf 1976). Oligolectisch, gespecialiseerd op composieten, met name subfamilie Cichorioideae (Westrich 1989b). Een belangrijke waardplant in ons land is paardenbloem. Daarnaast zijn vrouwtjes waargenomen op gewoon biggenkruid, groot streepzaad en havikskruid. Vliegt in Zeeland vaak op muizenoor (Calle & Jacobusse 2008). Van der Vecht (1928b) noemt muizenoor als belangrijkste vliegplant en ook het pollen- onderzoek van Chambers (1968) in Engeland noemt alleen deze plant.

Als broedparasieten zijn Nomada integra (waarschijnlijk) en N. femoralis (zeker) bekend (Stöckhert 1933, 1954, Tischendorf & Frommer 2004), evenals de nog niet uit ons land bekende Sphecodes ruficrus (Erichson, 1835) (Herrmann 2006).

Bron

Auteur(s)

Peeters, Th.M.J.

Publicatie