Overslaan en naar de inhoud gaan

Heidezandbij Andrena fuscipes

Foto: Dick Belgers

Indeling

Andreninae [subfamilie]
Andrena [genus] (84/73)
fuscipes [soort]

Eén generatie. Mannetjes verschijnen iets eerder dan vrouwtjes. Overwintert als prepop (Gebhardt & Röhr 1987). Om vrouwtjes te lokken zet het mannetje geurvlaggen uit op bladranden van gras, op struikhei, andere kleine struiken en op bomen zoals dennen en berken, binnen een zone van enkele tientallen meters. Hij patrouilleert hierlangs in vaste banen van ongeveer 25 cm breed tot op 2,5 m hoogte (Tengö 1979). Mannetjes trekken ook elkaar aan en vaak zwermen vele bijeen. Zij inspecteren elkaar voortdurend en werpen zich soms abusievelijk op elkaar (Gebhardt & röhr 1987). De paring vindt vaak plaats in het vlieggebied van het mannetje (Westrich 1989a).

Het nest wordt in zand- of lössbodem tussen of bij struikhei gegraven. Nestelt solitair (Gebhardt & Röhr 1987), maar nesten liggen soms hooguit enkele meters uiteen (ajl eigen waarneming). Aan de hoofdgang van 10-15 cm diep liggen 1-4 onvertakte zijgangen met steeds een broedcel (Gebhardt & Röhr 1987). Het vrouwtje sluit de nestingangen niet af wanneer zij voedsel gaat verzamelen (westrich 1989a).

Oligolectisch, foerageert uitsluitend op struikhei, maar is een enkele keer op andere planten zoals zandblauwtje aangetroffen (Alfken 1913, Stöckhert 1933, Van der Vecht 1928B, Westrich1989b).

Broedparasiet is zeer waarschijnlijk Nomada rufipes (Alfken 1913, Stöckhert 1933), mogelijk ook Sphecodes reticulatus (Alfken 1939). Endoparasiet is de waaiervleugelige Stylops melittae (Smit & Smit 2005). Mannetjes vallen soms ten prooi aan de groefbijendoder Cerceris rybyensis (Alfken 1913).

 

Bron

Auteur(s)

Loonstra, A.J.

Publicatie