Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Knautiabij Andrena hattorfiana

Foto: Stefan Verheyen

Indeling

Andreninae [subfamilie]
Andrena [genus] (84/73)

Eén generatie. Mannetjes vliegen in snelle patrouillevluch- ten van bloem tot bloem, op zoek naar vrouwtjes om mee te paren. Nestelt in zelfgegraven holen in de grond. De nesten zijn in Nederland nooit gevonden, maar uit Zweden is bekend dat ze gegraven worden in droge, spaarzaam begroeide, min of meer vlakke bodem. De ingang wordt niet gemarkeerd door een zandhoopje en is vaak aan het oog onttrokken door kruiden. Het nest is circa 30 cm diep en per nest worden gemiddeld zes broedcellen aangelegd, in elk waarvan een ei wordt gelegd. Naar schatting maakt een vrouwtje tijdens haar leven, dat 15-25 dagen duurt, niet meer dan 2-3 nesten (Larsson & Franzén 2007). Dit zou betekenen dat elk vrouwtje maximaal 12-18 nakomelingen heeft. Vrouwtjes leggen voor het verzamelen van stuifmeel een gemiddelde afstand af van 46 m vanaf hun nestelplek. Hierbij overbruggen ze niet graag stukken land waar geen beemdkroon groeit, zelfs niet als deze slechts tien meter breed zijn, zoals onverharde wegen, stenen muren en bomenrijen (Larsson & Franzén 2007). Uit hetzelfde onderzoek bleek ook dat ongeveer 2% van de vrouwtjes nieuwe locaties koloniseert, op een maximaal waargenomen afstand van 900 m. De soort is dus erg plaatstrouw. Het vrouwtje verzamelt stuifmeel van beemdkroon voor de larven. Sporadisch worden ook wel bloemen bezocht van duifkruid en centaurie, maar in Nederland speelt dit geen rol van betekenis. Ook mannetjes zijn regelmatig op beemdkroon te zien.

De broedparasiet is nog niet met zekerheid vastgesteld, maar is zeer waarschijnlijk Nomada armata (alfken 1913, Perkins 1919, stöckhert 1933, Westrich 1989b).

Bron

Auteur(s)

Reemer, M.

Publicatie