Overslaan en naar de inhoud gaan

Roodscheen-zandbij Andrena ruficrus

Foto: John Smit

Indeling

Andreninae [subfamilie]
Andrena [genus] (84/73)
ruficrus [soort]

De vrouwtjes van deze zandbij hebben een bruin behaard borststuk, een zwart achterlijf en, als meest karakteristieke kenmerk, oranje schenen en metatarsen. De roodscheen-zandbij is volgens Dylewska een boreo-alpiene soort. In Nederland wordt ze in hoofdzaak waargenomen op de diluviale zandgronden. Recent is de soort ook op verschillende plekken in Zuid-Limburg aangetroffen. Er zijn weinig waarnemingen van de Veluwe en de Utrechtse heuvelrug. Het vrijwel ontbreken in Twente en de Achterhoek valt bij meer soorten op en is waarschijnlijk een waarnemingseffect. Buiten het aaneengesloten areaal is de soort bekend van Schiermonnikoog en Bergen (NH). Bossen, vochtige en natte heiden, hoogveenrestanten en randen van vennen zijn het biotoop van deze soort. Ze nestelt op vergelijkbare plaatsen als (en vaak samen met) de zwart-rosse zandbij Andrenaclarkella. Nomada obscura is haar koekoeksbij. De roodscheen-zandbij is univoltien en één van de vroeg­ste zandbijen. De soort is oligolectisch en bezoekt wilg (Salix).

 

Bron

Auteur(s)

Peeters, Th.M.J., Raemakers, I.P., Smit, J.

Publicatie