Overslaan en naar de inhoud gaan

Goudpootzandbij Andrena chrysosceles

Foto: Susanne Kuijpers

Indeling

Andreninae [subfamilie]
Andrena [genus] (84/73)

Eén generatie. Mannetjes verschijnen iets eerder dan vrouwtjes. Overwintert vermoedelijk als imago (Westrich 1989b). Mannetjes maken gebruik van geurvlaggen om vrouwtjes te lokken. De geurvlaggen worden binnen een gebied van hooguit enkele vierkante meters verspreid op lage vegetatie afgezet. Een mannetje kruipt hiertoe in de vegetatie omhoog en strijkt met de binnenkant van de kaken langs de vegetatie (haas 1960). Hij vliegt voortdurend min of meer vaste vliegroutes langs deze gemarkeerde punten. Hetzelfde oppervlak wordt door meerdere mannetjes gebruikt, en zij trekken elkaar waarschijnlijk ook aan. Tijdens de hoofd- vliegtijd kunnen tientallen mannetjes door elkaar zwermen. Zij leven echter kort en zwermen slechts enkele dagen. De paring vindt meestal plaats in het zwermgebied (haas 1960, westrich 1989a), bijvoorbeeld op of nabij voedselplanten (Anne jan Loonstra, eigen waarneming). Paringen worden echter weinig waargenomen.

De nesten worden gegraven in verschillende grondsoorten, maar er lijkt een voorkeur voor schaars begroeide klei-, leem- en lössbodems. Ze zijn echter ook aangetroffen in dichtbegroeide hellingen in parken (Anne jan Loonstra, eigen waarneming). De nesten worden meestal solitair (westrich 1989b) of in kleine aggregaties aangelegd (ajl eigen waarneming). wanneer het vrouwtje de broedcel bevoorraad heeft en het ei gelegd is, sluit zij de nestcel af met een dekseltje van aan elkaar gekleefde aarde en wordt de zijgang opgevuld met aarde afkomstig uit een nieuwe zijgang. Een oude hoofdgang kan volgend jaar opnieuw gebruikt worden door de nieuwe generatie (müller et al. 1997). Polylectisch op kruiden, struiken en bomen. Vaak op schermbloemen zoals dolle kervel, fluitenkruid, gewone berenklauw en zevenblad, verder op boterbloem, kool, meidoorn en paardenbloem (Alfken 1913, Chambers 1968, Dylewska 1987, Perkins 1919, Stöckhert 1933, Van der Vecht 1928B, Westrich 1989b) Broedparasiet is zeer waarschijnlijk Nomada fabriciana (alfken 1913, stöckhert 1933, westrich 1989b). Endoparasiet van de imago's is de waaiervleugelige Stylops melittae (smit & SMIT 2005).

 

Bron

Auteur(s)

Loonstra, A.J.

Publicatie