Overslaan en naar de inhoud gaan

Kleine harsbij Anthidiellum strigatum

Foto: Petra Fleurbaaij

Indeling

Megachilinae [subfamilie]
Anthidiellum [genus] (1/1)
strigatum [soort]

Eén generatie. Overwintert als prepop in cocon. Vrouwtjes metselen een omgekeerd flesvormig nest van plantenvezels en hars van ongeveer 1 cm lengte tegen stenen, stammen of plantenstengels. Vaak worden meerdere nestjes gebouwd, tot maximaal 13, dicht bij of tegen elkaar, op 10-50 cm hoogte. Vanwege het gebruik van hars moet de soort in de buurt van naaldbomen nestelen. De nest- bouw is uitgebreid beschreven door Bellmann (1977, 1981). Hij onderscheidt drie bouwfasen: 1 verzamelen van hars en bouw van de broedcel, waarbij de cel aan de onderzijde open blijft; 2 bevoorrading met pollen en nectar; 3 eileg en afsluiting van de broedcel, waarbij de onderkant flesvormig wordt geboetseerd zonder dat nieuwe hars wordt aangedragen. Bouw, proviandering en afsluiting van een broedcel kunnen in een dag worden geklaard. Het ei ligt dicht tegen de aangestampte brij van pollen en nectar, die de bovenste helft van de broedcel vult. De volwassen larve spint een cocon die de gehele broedcel inneemt en aan de voorzijde een kenmerkende nap draagt. Deze nap valt precies in de flessenhals aan de onderzijde van de broedcel. Beperkt polylectisch, met duidelijke voorkeur voor gewone rolklaver. Westrich (1989b) noemt vijf plantenfamilies waarvan stuifmeel werd gevonden. In Nederland zijn vrouwtjes waargenomen op 15 plantensoorten, maar ook hier blijkt een duidelijke voorkeur voor gewone rolklaver.

Koekoeksbij is Stelis signata, die sterk op de gastheer lijkt. Terwijl de uitvliegopening van het nest van Anthidiellum strigatum aan de zijkant van de broedcellen ligt, breekt S. signata het onderste deel inclusief flessenhals van de broedcel af om uit te vliegen. Nesten die geparasiteerd zijn geweest, zijn hieraan goed te herkennen (Bellmann 1981). Mannetjes bijten zich met de kaken aan plantendelen vast om te slapen.

Bron

Auteur(s)

Peeters, Th.M.J.

Publicatie