Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote harsbij Trachusa byssina

Indeling

Megachilinae [subfamilie]
Trachusa [genus] (1/1)
byssina [soort]

Een bruinbehaarde soort die meer op een Osmia lijkt. De voor Anthidium karakteristieke gele tekening treffen we alleen aan op het gezicht van het mannetje. De mannetjes missen eveneens de, bij veel Anthidium­ soorten aanwezige, dooms aan het achterlijf. Uit Nederland is de soort alleen uit het zuidoosten bekend Ze is sterk achteruit gegaan en waarschijnlijk uit ons land verdwenen (laatste vondst: Lage Mierde (NB), 1977). De grote harsbij wordt gevonden langs zonnige bosran­ den met kruidige zoomvegetaties. Ze nestelt in de grond, dikwijls in kleine groepjes bij elkaar. De broed­ cellen worden gebouwd met behulp van stukjes blad en hars. Bouwman (1908) geeft een tekening van een nestgang met broedcel, die hij vond in een steile sloot­ kant. Het is een oligolectische soort die speciaal vlin­derbloemen (Fabaceae) bezoekt, met een duidelijke voorkeur voor gewone rolklaver Lotus comiculatus. Als koekoeksbij komt de kegelbij Coelioxys quadridentata in aanmerking.

Bron

Auteur(s)

Peeters, Th.M.J., Raemakers, I.P., Smit, J.

Publicatie