Overslaan en naar de inhoud gaan

Bosmetselbij Osmia uncinata

Foto: Dick Belgers

Indeling

Megachilinae [subfamilie]
Osmia [genus] (14/12)
uncinata [soort]

Eén generatie. Nesten worden zelden gevonden maar lijken voornamelijk in en onder schors van naaldbomen te worden aangelegd. Bouwman (1922) vermeldt een nest in de schors van een grove den. Ook Stöckhert (1933) vond de nesten in de schors van dennenstammen en -stronken en in stukken op de grond liggende dennenschors. Amiet et al. (2004) en Müller (2011) noemen het nestelen in vraatgangen en boor- gangen in hout. Over de broedcelbouw is eveneens weinig bekend. Op basis van kaakmorfologie vermoedt Else (1997a) dat de celwanden van fijngekauwd bladmateriaal worden gemaakt. Uitgesproken polylectisch (Müller 2011, Westrich 1989b). In Nederland relatief veel waargenomen op braam, hondsdraf, paardenbloem en rode en blauwe bosbes. Op de meeste van deze planten wordt ook daadwerkelijk stuifmeel verzameld (Westrich 1989b; Ivo Raemakers, eigen waarneming).

Koekoeksbijen zijn niet bekend. De knotwesp Sapyga similis en de niet in Nederland voorkomende goudwesp Chrysura hybrida (niet in Nederland) zijn broedparasieten (Banaszak & Romasenko 2001, Theunert 1995, Van der Zanden 1982).

 

Bron

Auteur(s)

Raemakers, I.P.

Publicatie