Overslaan en naar de inhoud gaan

Zwartbronzen houtmetselbij Osmia niveata

Foto: Dick Belgers

Indeling

Megachilinae [subfamilie]
Osmia [genus] (14/12)
niveata [soort]

Eén generatie. Overwintering vindt plaats als volgroeide larve in een cocon. In een tweejarig onderzoek van Brechtel (1986) overwinterden alle larven tweemaal. Ook Westrich (2002) stelde vast dat larven een tweede winter kunnen 'overliggen'. Vermoedelijk is deze eigenschap gunstig voor oligo- en monolectische soorten, die zo jaren met weinig bloei van de waardplanten kunnen overbruggen. Nesten worden in bestaande holten aangelegd, zoals in dood hout, holle stengels en gaten in muren. Nesthulp wordt geaccepteerd, waarbij holten met diameter van 3,5-5 mm de voorkeur genieten (Brechtel 1986, Westrich 1989b). De tussenwanden en de nestafsluiting worden gemaakt van fijngekauwd bladmateriaal. In aangeboden nesthulp vond Brechtel (1986) 2-6 broedcellen per nest. Een door hem gemerkt vrouwtje bleef 71 dagen leven en vervaardigde in de tijd vier nesten met in totaal tien broedcellen. Oligolectisch, gespecialiseerd op composieten, met sterke voorkeur voor distels (subfamilie Carduoideae; Müller 2011, Westrich 1989b). In Nederland hoofdzakelijk waargenomen op knoopkruid en vederdistelsoorten (vooral speerdistel, ook akkerdistel) en daarnaast op kruldistel en soorten als echt bitterkruid en groot streepzaad.

Als koekoeksbij is Stelis phaeoptera bekend en ook S. punctulatissima komt mogelijk in aanmerking (Banaszak & Romasenko 2001, Westrich 1989b). Daarnaast worden de knotswespen Sapyga clavicornis en S. quinquepunctata als broedparasieten genoemd (Banaszak & Romasenko 2001, Brechtel 1986, Van der Zanden 1982).

 

Bron

Auteur(s)

Raemakers, I.P.

Publicatie