Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote metselbij Osmia xanthomelana

Indeling

Megachilinae [subfamilie]
Osmia [genus] (14/12)

Eén generatie. De ontwikkeling is al in de herfst voltooid en de dieren overwinteren als imago in een cocon. Vrouwtje bouwt bovengrondse, vrijliggende, tonvormige broedcellen van leem. Meestal betreft het groepjes van 4-7 cellen, soms ook solitaire cellen, die verstopt liggen onder dichte graspollen of, lokaal en incidenteel, in holten in de grond of in hout (Enslin 1920, Müller 2011, Waterhouse 1844, Westrich 1989b) . Het lemige bouwmateriaal wordt tot op 250 m afstand verzameld (Westrich 1989b). Geschikte nestplaatsen worden vaak vele jaren achter elkaar gebruikt (Enslin 1920). Oligolectisch, gespecialiseerd op vlinderbloemen (Banaszak & Romasenko 2001, Müller 2011, Westrich 1989b). In Nederland tot dusver uitsluitend waargenomen op gewone rolklaver. Foerageert in het buitenland ook veel op paardenhoefklaver (Else 1997b, Feitz et al. 2003, Müller 2011, Westrich 1989b). Voor nectar werden in Nederland ook braam, schermhavikskruid en vals muizenoor bezocht.

Koekoeksbijen zijn niet bekend. Wel is de goudwesp Chrysura hirsuta (niet in Nederland) door kweek als parasiet bekend en komen knotswespen Sapyga similis en S. quinquepunctata als broedparasieten in aanmerking (Else 1997b, Enslin 1920, Van der Zanden 1982).

 

Bron

Auteur(s)

Raemakers, I.P.

Publicatie