Overslaan en naar de inhoud gaan

Wormkruidbij Colletes daviesanus

Foto: Albert de Wilde

Indeling

Colletinae [subfamilie]
Colletes [genus] (9/9)
daviesanus [soort]

Eén generatie. Overwintering als prepop, verpopping pas in mei of juni. Nestelt vaak in grote groepen (meer dan duizend nesten) bij elkaar. In oude (zandstenen) muren kan dit soms forse schade veroorzaken (Scheloske 1974). Het nest is lineair van vorm en bestaat uit een hoofdgang met een doorsnede van 5-7 mm met aan het eind soms vertakkingen. De hoofdgang kan tot 20 cm lang zijn, maar is meestal niet langer dan 6 cm, en bevat dan een enkele of twee tot zes achter elkaar gelegen broedcellen (Mader 1980, 1981a, 1981b, 1982, 1999, Scheloske 1974). De vrouwelijke broedcellen worden het eerst gebouwd. Bij goed weer wordt één broedcel per dag gebouwd en geproviandeerd. Een vrouwtje maakt gemiddeld 18 broedcellen verdeeld over twee a drie nesten. Bij een deel van de nesten worden ook lege cellen aangelegd, die vermoedelijk voor de thermoregulatie dienen (Esser 2005). Dezelfde nestplaatsen worden vaak jaren achter elkaar gebruikt en worden in de loop van de tijd ook door steeds meer andere bijen en wespen en hun parasieten bewoond (Scheloske 1974). De broedcellen bevatten een deegachtige mix van pollen en nectar, die lang niet zo vloeibaar is als bij C. cunicularius. De larve is beschreven door Semichon (1936). Oligolectisch, gespecialiseerd op composieten, subfamilie Asteroideae, met name boerenwormkruid. In Nederland zijn daarnaast bloembezoekende vrouwtjes waargenomen op onder andere duizendblad, guldenroede en kamille (Müller & Kuhlmann 2008; databestand EIS-Nederland). Volgens Westrich (1989b) wordt boerenwormkruid pas in de tweede helft van de vliegtijd de belangrijkste pollenbron. De vrouwtjes bezoeken op boerenwormkruid meer bloemen per tijdseenheid dan andere bijen (Esser 2005). De afstand tussen nestplaats en foerageerplek bedraagt vaak 1-2 km; 2225 m is de grootste gemeten afstand (Esser 2005). Van der Zanden (1981) trof tijdens guur weer gezelschappen van tot 25 mannetjes op margrieten.

Koekoeksbij is Epeolus variegatus. Andere broedparasieten zijn de dambordvlieg Miltogramma punctata en de wolzwever Bombylius minor; deze laatste is gekweekt uit de nesten (blair 1920). Sterfte in de nesten in een Duitse populatie als gevolg van onder andere parasitering bedroeg 45-65% (Esser 2005).

 

Bron

Auteur(s)

Peeters, Th.M.J.

Publicatie