Overslaan en naar de inhoud gaan

Composietglansbij Dufourea minuta

Indeling

Halictinae [subfamilie]
Dufourea [genus] (4/4)
minuta [soort]

Eén generatie. Nestelt op plekken met weinig vegetatie, bijvoorbeeld in de hellingen van geulen, maar ook in weinig betreden voetpaden. Pesenko et al. (2000) vatten onderzoek naar deze soort in het gebied van de Wolga als volgt samen: Nestelt in aggregaties van 8-15 m lengte; dichtheden van nestgaatjes bereikten maximaal 64 per m2. De vrouwtjes nestelen veelal op de plekken waar ze het vorige jaar uitkwamen, wat betekent dat nestaggregaties vele jaren kunnen blijven bestaan. Het nest bestaat uit een vrijwel verticale hoofdgang met enkele korte bochtige zijgangen. De hoofdgang bereikt een diepte van ongeveer 15 cm; de zijgangen zijn 0,5-1,5 cm lang en eindigen in een broedcel. Deze cel is zwak ovaalvormig en meet 6 bij 4-5 mm. De wanden van de broedcellen worden niet van een beschermend laagje voorzien. De vuilgele tot oranje pollenballetjes hebben een diameter van 3 mm. Als het voedsel op is, spint de larve een lichtbruine cocon. Oligolectisch op composieten. Westrich (1989b) noemt schermhavikskruid en vertakte leeuwentand als stuifmeel- leveranciers.

Pesenko et al. (2000) noemen Sphecodes divisus (Kirby, 1802) (niet in Nederland) als koekoeksbij. Een mogelijke kandidaat is ook Biastes truncatus.

 

Bron

Auteur(s)

Meer, F. van der

Publicatie