Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Hoornaar Vespa crabro

Foto: Annemieke Hoozemans

Indeling

Vespidae [familie]
Vespa [genus] (2/1)
crabro [soort]

In Nederland meest aangetroffen in cultuurgebieden in gebouwen, tuinen, parken en groeven, maar ook regelmatig langs bosranden. Vrouwtjes vliegen van half april tot eind juli, nieuwe koninginnen ook nog in september en oktober. Mannetjes vliegen in september en oktober. Winterwaar­nemingen betreffen overwinterende koninginnen.

Het nest wordt meestal bovengronds in een ‘omhulde’ omgeving gebouwd, zoals in holle bomen, schuren, lege bijenkorven en vogelnestkasten. Soms wordt het nest ondergronds gebouwd, zelden vrij hangend in de open lucht. In Zuid-Limburg bevinden nesten zich nogal eens in aangesneden ‘orgelpijpen’ in mergelwanden. Een bewoond nest kan men op een rustige manier zonder gevaar tot op een meter benaderen. Het ronde tot kokervormige nest is bros, bruingeel tot bruin en van onderen wijd open. In de na­zomer loopt het aantal raten op tot vijf à zeven, met enkele honderden volwassen dieren. Soms brengen de hoornaars schade toe aan boompjes, wanneer ze hier materiaal voor hun nesten verzamelen. Als prooi worden vooral vliegen gevangen. De werksters doen dat tijdens een vrij logge vlucht boven bloeiende planten, waarbij ze zich als het ware op hun prooi laten neervallen. Maar ook andere insecten zoals honingbijen en wespen behoren tot het voedsel voor de larven (Blüthgen 1961). Hoornaars vliegen tot laat in de nacht en worden regelmatig op licht gevangen. In de nesten van de hoornaar zijn de larven van verschillende vliegen als commensaal aangetroffen, onder andere van de familie Fanniidae en van de grote zweefvlieg Vollucella zonaria (Syrphidae). Diverse insecten zijn ook als parasiet in nesten aangetroffen. Voorbeelden hiervan zijn de grote zwarte kortschildkever Velleius dilatatus (Staphilidae) en de sluipwesp Sphecophaga vesparum (Ichneumonidae) (Leiniger 1951, zur Strassen 1957, Van Stuivenberg 1978). Meer over de biologie en bescherming van de hoornaar is te vinden in Altmüller (1994), Janet (1895) en Ripberger & Hutter (1992).

Bron

Auteur(s)

Lefeber, V., Peeters, Th.M.J., Smit, J.T.

Publicatie