Overslaan en naar de inhoud gaan

Ancistrocerus nigricornis

Foto: Albert de Wilde

Indeling

Vespidae [familie]
Ancistrocerus [genus] (12/12)

De soort is aangetroffen in diverse biotopen, maar vooral in cultuurgebieden, met name tuinen, parken en groeven. Vrouwtjes overwinteren als imago, meestal in stengels. Ze zijn vanaf begin maart actief en vliegen tot in juni. Ze zijn al in de vorige zomer bevrucht en leggen hun eitjes in het voorjaar. Vanaf eind juni vliegt de nieuwe generatie, die zowel uit mannetjes als uit vrouwtjes bestaat, tot laat in het najaar. De mannetjes sterven voor de winter.

Het nest is aangetroffen op diverse plaatsen, zoals in plantenstengels, dood hout, verlaten bijenkasten en een gat in een molensteen. De prooi bestaat uit larven van microlepidoptera (Tortricidae). De goudwesp Chrysis ignita schencki wordt als parasiet genoemd (Chrysididae) (Van Lith 1954, Schneider & Leclercq 1987). 

Bron

Auteur(s)

Lefeber, V., Peeters, Th.M.J., Smit, J.T.

Publicatie