Overslaan en naar de inhoud gaan

Dipogon variegatus

Foto: Menno Reemer

Indeling

Pompilidae [familie]
Dipogon [genus] (3/3)
variegatus [soort]

Dipogon-soorten. In Duitsland het meest in cultuurlandschappen als wijngaarden, verlaten boomgaarden, tuinen en dergelijke. Niet gebonden aan dood hout (Schmid-Egger & Wolf 1992). In Nederlands gevonden van mei tot in september.

Nestelt in allerlei holten en gaten in stammen en wortels van dode bomen en in slakkenhuizen. Het vrouwtje steekt de prooi tussen de monddelen en het eerste paar poten. Zij draagt de prooi, die ze vasthoudt aan de spintepels, voor zich uit (Richards & Hamm 1939). Ze legt het ei links of rechts op het achterlijf van de prooi, die op zijn zijkant ligt. De prooi is blijvend verlamd. Eerst eet de larve het binnenste van het achterlijf, vervolgens de huid ervan, dan begint ze aan het borststuk en tenslotte eet ze de poten op. Larvale ontwikkeling duurt tien dagen. De soort maakt zowel één- als meercellige nesten (Gros 1997). De volgende beschrijving is gebaseerd op één nest in een dode boomwortel. Dit driecellige nest was vier centimeter lang en liep van beneden (10 mm) naar boven (6 mm) taps toe. De cellen waren gescheiden door enkele millimeters dikke wanden van plantenmateriaal en spinrag. Na proviandering sluit het wijfje de cel met detritus, zand en spinrag (Day 1988). Prooidieren zijn uitsluitend Thomisidae. Er zijn geen gegevens over parasieten.

Bron

Auteur(s)

Lefeber, V., Nieuwenhuijsen, H.

Publicatie