Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote mierwesp Mutilla europaea

Foto: André Schulten

Indeling

Mutillidae [familie]
Mutilla [genus] (1/1)
europaea [soort]

Enkele recente vondsten komen van heideterreinen zoals de Dwingeloose heide (DR), de Cartierheide (NB) en de Strabrechtse heide (NB). De soort is in ons land ook bekend van het groene strand op Terschelling en uit een zandgroeve. Aangetroffen van april tot eind september. Er zijn meer vrouwtjes gevonden dan mannetjes.

De soort parasiteert bij diverse hommels. Het vrouwtje dringt een hommelnest binnen en legt een ei in cocons met ‘prepupae’ of poppen. In het buitenland zijn de poppen of volwassen dieren van M. europaea in de nesten van 13 soorten hommels gevonden (zie tabel 4). Volgens Haffer (1886) werden akker-, gras- en heidehommelnesten het vaakst geparasiteerd. Uit Nederland zijn geen gastheren bekend, maar op grond van de vindplaatsen zouden de heide­hommel Bombus humilis en de veenhommel B. jonellus belangrijke gastheren kunnen zijn. Het aantal exemplaren in een hommelnest varieert sterk. Er zijn ooit zelfs 76 mier­wespen gekweekt uit één nest van de veenhommel; uit dit nest kwamen nog slechts twee hommels (Drewsen 1847). De grote mierwesp wordt soms bij of in kasten van honingbijen aangetroffen die op de heide staan. De kans dat een exemplaar in een bijenkast terechtkomt is groot, omdat er in de zomermaanden vaak grote hoeveelheden kasten op heidevelden staan. Voor zover bekend is M. europaea echter nooit gekweekt uit een honingbij­cocon.

Mannetjes verlaten na de geboorte het nest van hun gastheer en voeden zich met nectar. De vleugelloze vrouwtjes bezoeken geen bloemen. Zij overwinteren soms in het nest van de gastheer. 

Bron

Auteur(s)

Peeters, Th.M.J.

Publicatie