Overslaan en naar de inhoud gaan

Wegmier Lasius niger

Foto: Santiago Siutti

Indeling

Formicinae [subfamilie]
Lasius [genus] (20/18)
niger [soort]

Indeling

Formicinae [subfamilie]
Lasius [genus] (20/18)
niger [soort]

Komt in vrijwel iedere biotoop voor. Bruidsvluchten op vochtige, warme en rustige dagen, meestal in de namiddag tot in het begin van de avond, vanaf juli tot eind augustus. De volken zijn monogyn. Nesten zitten in de grond, in stammen en stronken, tussen plantenwortels of onder (stoep)stenen. Vaak worden foerageerstraten in het zand uitgegraven, waardoor een soort tunnels ontstaan. Een echte pioniersoort die nieuwe leefgebieden zoals jonge duinen op stranden en strandvlaktes als eerste koloniseert. Daarbij kunnen grote dichtheden ontstaan. Naarmate de vegetatie zich ontwikkelt en de structuurdiversiteit van het gebied toeneemt, vestigen zich andere mierensoorten en neemt de dichtheid van L. niger af (Boomsma & Van Loon 1982). Dit verklaart ook het talrijke voorkomen in onnatuurlijke ‘pioniersituaties’ in dorpen, steden en opspuit­terreinen. De soort kan echter ook in dezelfde, verder ontwikkelde vegetaties voorkomen als L. platythorax. Foerageert grotendeels bovengronds en predeert allerlei insecten, maar er worden vooral op grote schaal bladluizen gehouden in bomen en struiken. Ook worden in of bij het nest wortelluizen gehouden, zij het minder exclusief dan bij L. flavus

Bron

Auteur(s)

Loon, A.J. van

Publicatie