Overslaan en naar de inhoud gaan

Gewone reuzenmier Camponotus ligniperda

Foto: Dick Belgers

Indeling

Formicinae [subfamilie]
Camponotus [genus] (15/2)
ligniperda [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieDe wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Aculeata)
ExpertLoon, A.J. van (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

 

Verspreiding

Van Europa tot in West-Rusland, Noord-Turkije en de Kaukasus. In Europa van Centraal-Spanje tot halverwege Fenno­scandinavië.

In Nederland zeldzaam. Zij is voor het eerst aangetroffen in 1915 (Kohl 1915) en na 1970 slechts bekend van vier vindplaatsen. De waarneming in het westen van het land (Rhoon, zh), betreft een enkele werkster (exemplaar in de collectie van het Natuurmuseum Rotterdam). Deze merkwaardige vindplaats ligt wel erg ver van de andere en een niet-natuurlijke herkomst ligt voor de hand. In 1991 werd een werkster gevonden bij Mook, Noord-Limburg (Van der Weide 1992), waar naderhand ook het nest werd gevonden (ten minste nog aanwezig in 2000, toen ook werksters werden aangetroffen op enkele tientallen meters van de oorspronkelijke plek, hetgeen duidde op een ander nest dat echter niet werd gevonden). In 1997 aangetroffen bij Exloo (DR). In 1999 bleek dit nest nog aanwezig, al was het iets verplaatst (Vierbergen et al. 2000). In 2002 werd een nest gevonden in De Borkeld, nabij Markelo (OV). Mook, Exloo en De Borkeld zijn thans de enige drie plaatsen waar Camponotus ligniperda nog voorkomt. Vroeger kwam de soort op meer plaatsen voor, maar het is in Nederland nooit een algemene soort geweest. De nestdichtheid was altijd gering en Nederland ligt op de rand van het verspreidingsgebied. De kans op (her)vestiging kan vergroot worden door minder vitale bomen te laten staan en dode bomen niet op te ruimen. 

Bron

Auteur(s)

Loon, A.J. van

Publicatie