Overslaan en naar de inhoud gaan

Chrysis ignita

Foto: M. Vos-Jaspers

Indeling

Chrysis [genus]
(32 soorten in totaal / 30 gevestigd)
ignita [soort] (1/1)

Indeling

Chrysis [genus]
(32 soorten in totaal / 30 gevestigd)
ignita [soort] (1/1)

Wordt algemeen aangetroffen op steilwanden, muren en dood hout. Vliegtijd van april tot eind oktober. Vormen a en b verschillen in vliegtijd. Van vorm a overwinteren de bevruchte vrouwtjes, zodat deze vroeg in het voorjaar gevonden kunnen worden (Linsenmaier 1997a). Het lijkt erop dat deze ‘soort’ als voornaamste gastheer solitaire plooivleugelwespen (Eumeninae) heeft. In de Nederlandse literatuur worden onder andere de volgende kweekresultaten gemeld die waarschijnlijk betrekking hebben op C. ignita: uit nest Ancistrocerus oviventris (Haverhorst in Van Lith 1953a); uit nesten van Ancistrocerus nigricornis (Van Lith 1954); uit nesten van Gymnomerus laevipes en nest van Symmorphus bifasciatus(= mutinensis) (Benno 1957). In buitenlandse literatuur worden onder andere ook Ancistrocerus trifasciatus (Petit 1987), A. antilope en A. gazella (Brechtel 1986), A. parietum, A. trifasciatus (Jacob-Remacle 1987), Eumenes pedunculatus (Blüthgen 1961), Symmorphus crassicornis (Blüthgen 1961) als gastheren genoemd. Uit kweekproeven blijkt dat C. ignita zich aanpast aan de ontwikkeling van de gastheer (Brechtel 1986, Krombein 1967b). Bij de plooivleugelwesp Ancistrocerus nigricornis ontwikkelden de goudwespen zich nog in hetzelfde jaar en overwinterden als volwassen vrouwtjes, evenals de vrouwtjes van A. nigricornis. De dieren werden in de eerste warme voorjaarsperiode weer actief. Bij A. antilope overwintert de goudwesp echter als larve, net als de gastheer. Dit verschijnsel verklaart misschien de lange vliegtijd van C. ignita.

Bron

Auteur(s)

Lefeber, V., Rond, J. de, Peeters, Th.M.J.

Publicatie