Overslaan en naar de inhoud gaan

Harpactus lunatus

Foto: Dick Belgers

Indeling

Crabronidae [familie]
Harpactus [genus] (2/2)
lunatus [soort]

Heeft voorkeur voor warme zandgronden, met biotopen als stuifzanden, grindgroeven, lichte eiken- en dennenbossen, bosschages en parken, ook in stedelijk gebied. Vliegtijd van eind mei tot begin oktober. Nestelt meestal op open zandterreinen, een enkele keer in een greppelkant. Nest een korte, ca. twee cm lange gang met één cel aan het einde. Prooi zijn kleine cicaden, waaronder het spuugbeestje Philaenus spumarius (Cercopidae). Parasieten zijn de koekoeksgraafwespen Nysson maculatus en N. tridens, wellicht ook N. dimidiatus (Crabronidae). De goudwesp Hedychridium cupreum is eveneens parasiet (Benno 1950, Lefeber 1976, 1986b, Vegter 1971).

Bron

Auteur(s)

Lefeber, V., Klein, W.F.

Publicatie