Overslaan en naar de inhoud gaan

Passaloecus insignis

Foto: Dick Belgers

Indeling

Crabronidae [familie]
Passaloecus [genus] (10/10)
insignis [soort]

Indeling

Crabronidae [familie]
Passaloecus [genus] (10/10)
insignis [soort]

Heeftvoorkeur voor warme bosranden en kaalgekapte percelen, maar daarnaast ook op braakliggend terrein, in parken en tuinen, soms zelfs in moerassige gebieden. Vliegtijd van eind april tot half oktober. Nestelt in rieten daken, met merg gevulde stengels of takken (bijvoorbeeld meidoorn, braam, wilg, vlier en iep), verlaten insectengangen in rottend hout en oude steunbalken van huizen. Ook verlaten nesten of nesten in aanbouw van andere graafwespen worden gebruikt, bijvoorbeeld van andere Passaloecus-soorten, Pemphredon inornatus, P. lethifer, Trypoxylon figulus en Rhopalum coarctatum (Crabronidae). Aantal cellen lange stengels tot 15 à 18, iedere cel afgesloten met harsprop. Nesten vaak in grote aantallen bij elkaar. Prooien zijn bladluizen uit de families Aphididae en Lachnidae, tot 22 exemplaren per cel. Als parasiet is de goudwesp Pseudomalus auratus bekend. 

Bron

Auteur(s)

Lefeber, V., Klein, W.F.

Publicatie