Overslaan en naar de inhoud gaan

Diodontus tristis

Indeling

Crabronidae [familie]
Diodontus [genus] (4/4)
tristis [soort]

Bewoont uiteenlopende biotopen, mits niet vochtig. Vliegt van begin mei tot eind oktober. Nestelt in droog zand, vaak in zandwandjes, ook in oud voegwerk van muren. Weinig kieskeurig wat betreft nestplaats, behalve dat deze droog en warm moet zijn. Nesten sterk vertakt, aantal cellen varieert tussen twee en 20. Prooien ongevleugelde bladluizen, 20 tot 40 per cel. Prooien worden verlamd (of gedood) door krachtige beten in borststuk, de angel wordt voor zover bekend niet gebruikt (Janvier 1962, Maneval 1939, Nielsen 1933).

Als parasieten zijn goudwespen Hedychridium ardens (Du Buysson 1891-1896) en Pseudomalus auratus en de mierwesp Myrmosa atra gemeld. Mogelijk is ook Hedychridium femoratum parasiet van deze soort (Lefeber 1986a, b, Schmid-Egger 1995a). De melding van de vlieg Hammomyia albescens (Anthomyiidae) als parasiet (Lomholdt 1984) verdient nader onderzoek, aangezien vliegen van deze familie voor zover bekend herbivoor zijn. 

Bron

Auteur(s)

Lefeber, V., Klein, W.F.

Publicatie