Overslaan en naar de inhoud gaan

Crossocerus nigritus

Indeling

Crabronidae [familie]
Crossocerus [genus] (27/26)
nigritus [soort]

Soort van bosranden, braakliggende terreinen, parken en tuinen, ook in stedelijk gebied.Vliegt van begin mei tot begin oktober. Nestelt in stengels of in dood hout van onder andere els, meidoorn, beuk, es, kamperfoelie, populier, prunus, eik, wilg, vlier en lisdodde. Nesten zijn ook aangetroffen in verlaten vraatgangen van boktorren en snuitkevers. Nestgangen kunnen sterk vertakt zijn. Maximaal 11 cellen per nest, bevoorraad met kleine vliegjes en muggen van diverse families. De cellen liggen in een rij in een gang of afzonderlijk aan het eind van kleine zijgangen. De prooien worden vaak bemachtigd op zonbeschenen bladeren van struiken. Als parasiet is de bronswesp Diomorus armatus (Torymidae) bekend. 

Bron

Auteur(s)

Lefeber, V., Klein, W.F.

Publicatie