Overslaan en naar de inhoud gaan

Keizersmantel Argynnis paphia

Foto: Wijnand van Buuren

Indeling

Heliconiinae [subfamilie]
Argynnis [genus] (1/1)
paphia [soort]

Levenscyclus en gedrag

De waardplant van de keizersmantel zijn verschillende soorten viooltjes, vooral bosviooltjes en het maarts viooltje. De eitjes worden niet op de waardplant afgezet maar op 1 tot 1,5 meter hoogte op schors van een boom die vlakbij een groep viooltjes groeit. Het nuchtere rupsje overwintert op dit schors tussen mossen. In april kruipt de rups naar de viooltjes. Hij verpopt zich aan een takje dat uit de strooisellaag steekt. (Maes & Van Dyck 1999).

De dichtheid op de vliegplaatsen is meestal tamelijk gering, zo'n 0,25 tot 4 vlinders per ha. Ze voeden zich met honingdauw maar zijn ook geregeld op nectarplanten te vinden, bijvoorbeeld distels of koninginnenkruid die in de bosrand groeien. Bij de balts gebruikt het mannetje onder andere feromonen die hij met behulp van zijn vele geurschubben produceert. (Bink 1992, Maes & Van Dyck 1999).

Vliegtijd en overwintering

De keizersmantel vloog in een generatie tussen 11 juli en 25 augustus. De uiterste vliegdata zijn 21 juni en 12 september. De soort overwinterde als nuchtere rups.

Bron

Auteur(s)

Wynhoff, I., Swaay, C. van, Groenendijk, D., Bosveld, M., Bos, F.

Publicatie