Overslaan en naar de inhoud gaan

Dambordje Melanargia galathea

Foto: Gerard Lommen

Indeling

Satyrinae [subfamilie]
Melanargia [genus] (1/0)
galathea [soort]

Levenscyclus en gedrag

De waardplanten van het dambordje zijn diverse grassoorten zoals zwenkgras, dravik en kamgras. Vaak worden overblijvende, breedbladige soorten gebruikt. Het vrouwtje zit op een plant terwijl ze één of twee eitjes uit haar lichaam perst. Vervolgens vliegt ze op en laat de eitjes vallen boven een korte vegetatie op een zonnige plaats. Na het uitkomen gaat de rups vrijwel nuchter in overwintering in een graspol. Tijdens zachte winters begint de rups al in januari met eten. Hij eet voornamelijk 's nachts. Aan het einde van de lente spint de rups in een graspol een aantal blaadjes bijeen waarin hij zich verpopt. (Maes & Van Dyck 1999).

De vlinders hebben veel nectar nodig en ze worden dan ook vaak op bloeiende planten gezien, vooral kruiden met paarse of roze bloemhoofdjes, zoals beemdkroon en knoopkruid. Het aantal exemplaren op de vliegplaatsen is vrij hoog, circa 64 exemplaren per ha. De mannetjes houden patrouillevluchten. (Bink 1992, Akkermans et al. 2001).

Vliegtijd en overwintering

Het dambordje vliegt in één generatie tussen 26 juni en 5 augustus. Deze gegevens zijn gebaseerd op zwervers en (onregelmatige) standvlinders. De uiterste data waarop een vlinder is waargenomen zijn 20 mei en 30 augustus. Overwintering gebeurt als nuchtere rups.

Bron

Auteur(s)

Wynhoff, I., Swaay, C. van, Groenendijk, D., Bosveld, M., Bos, F.

Publicatie