Overslaan en naar de inhoud gaan

Hooibeestje Coenonympha pamphilus

Foto: Rob Smeenk

Indeling

Satyrinae [subfamilie]
Coenonympha [genus] (4/4)
pamphilus [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieAtlas van de Nederlandse dagvlinders
ExpertSwaay, C. van (De Vlinderstichting)

Trend

Trend gehele periode: Matige toename
Trend laatste 10 jaar: Stabiel

Bron: Vlinderstichting, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

 

statusInheems (1a)
habitatland
referentieTax 1989
expertChris van Swaay (De Vlinderstichting)
status sinds 1982Nog te bepalen

 

 

Mobiliteit, verspreiding en trend

Het hooibeestje wordt in de literatuur vermeld als een weinig mobiele vlinder. Desalniettemin is deze vlinder in staat snel nieuw geschikt leefgebied te koloniseren. Daarvoor hoeft bebouwd of agrarisch gebied geen barrière te zijn. Mede door hun territoriale gedrag zijn vooral de mannetjes plaatstrouw. Deze mannetjes verplaatsen zich in hun hele leven gemiddeld slechts negentig meter, maar op warme dagen kunnen ook zij gaan zwerven. (Wickman 1985, Martens 1986, Tax 1989).

Het hooibeestje komt in vrijwel geheel Europa voor, met uit-zondering van IJsland en delen van Noord-Scandinavië. In Nederland is sinds 1900 het verspreidingsgebied nauwelijks veranderd. Tussen 1991 en 1994 was er een terugval. De winter van 1990-1991 was bijzonder slecht voor deze soort en vooral in het binnenland is hij toen op een groot aantal plaatsen verdwenen. Sindsdien herstelt hij zich weer. Vooral in de duinen zijn tegenwoordig weer grote populaties te vinden, in het binnenland vliegen de grootste aantallen op de zandgronden (zie ook het kader). Het hooibeestje is nog steeds een algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt.

Door terugval begin jaren negentig is de trend met behulp van het Landelijk Meetnet Vlinders lastig te beoordelen. Dit meetnet levert pas een betrouwbare trendmeting vanaf 1992, toen slechts 10 procent van het aantal van 1991 vloog. Wel is duidelijk dat de stand zich inmiddels grotendeels heeft hersteld en zelfs een matige toename vertoont. (Van Swaay & Groenendijk 2005).

Bron

Auteur(s)

Swaay, C. van, Wynhoff, I., Groenendijk, D., Bos, F., Bosveld, M.

Publicatie