Overslaan en naar de inhoud gaan

Veenhooibeestje Coenonympha tullia

Foto: Paul Kersten

Indeling

Satyrinae [subfamilie]
Coenonympha [genus] (4/4)
tullia [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieAtlas van de Nederlandse dagvlinders
ExpertSwaay, C. van (De Vlinderstichting)

Trend

Trend gehele periode: Matige toename
Trend laatste 10 jaar: Stabiel

Bron: Vlinderstichting, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

 

statusInheems (1a)
habitatland
referentieTax 1989
expertChris van Swaay (De Vlinderstichting)
status sinds 1982Nog te bepalen
status rode lijstbedreigd / endangered

 

 

Mobiliteit, verspreiding en trend

Het veenhooibeestje is een honkvaste vlinder die zelden buiten het leefgebied wordt waargenomen. De mannetjes zwerven meer dan de vrouwtjes. Wel is de soort tweemaal op Terschelling gevonden, wat duidt op zwerfgedrag over een grotere afstand. (Zumkehr 1994a).

Het veenhooibeestje komt voor van Ierland tot Oost-Azië en van Midden-Scandinavië tot Zwitserland. In Nederland was de soort aan het begin van de twintigste eeuw een al-gemeen vlindertje dat in vrijwel alle hoogvenen en veentjes van de zand- en veengronden voorkwam. Volgens ter Haar (1928) leefde de soort 'overal waar wolgras en grasbies groeit'. Daarna lopen de verspreiding en de aantallen langzaam maar zeker terug en wordt het veenhooibeestje uit het Nederlandse landschap weggevaagd. In de jaren tachtig van de vorige eeuw is het nog een vrij zeldzame standvlinder. Hij vloog toen nog in redelijk aantallen in venen en veentjes in Drenthe, Overijssel, de Achterhoek en de Grote Peel. Daarbuiten lagen ook nog enkele geïsoleerde populaties, zoals in Friesland. Maar de soort ging daarna verder achteruit. De laatste vliegplaats in Zuid-Nederland was de Groote Peel (nb), waar hij in 1991 verdween (en niet 1996 zoals wel eens wordt vermeld); de laatste in de Achterhoek was het Wooldse Veen waar hij na 1995 verdween. Ook uit Overijssel verdween de vlinder in deze periode: de laatste vliegplaatsen daar waren het Wierdense veld tot 1992, het Aamsveen tot 1994, de Engbertsdijkvenen tot 1997 en het Haaksbergerveen tot 2000. Inmiddels is het veenhooibeestje een uiterst zeldzame standvlinder die nog maar op vier plaatsen in of nabij Drenthe voorkomt. De grootste populatie leeft nu in het Fochteloërveen (fr, dr), daarnaast zijn er nog drie kleinere populaties, onder andere in de Boswachterijen Grollo en Hooghalen. (Vlinderwerkgroep Friesland 2000, Van Swaay & Wallis de Vries 2001, De Vries 2002, Nooren 2003, De Vries en Ens 2003).

Uit het Landelijk Meetnet Vlinders blijkt een sterke, rechtlijnige afname en de soort kwam zelfs niet meer op een route voor. Sinds 1999 zijn er weer enkele routes op de belangrijkste vliegplaatsen, maar op basis daarvan is nog geen trendbepaling mogelijk. (van Swaay & Groenendijk 2005).

Bron

Auteur(s)

Swaay, C. van, Wynhoff, I., Groenendijk, D., Bos, F., Bosveld, M.

Publicatie