Overslaan en naar de inhoud gaan

Rouwmantel Nymphalis antiopa

Foto: Paul Cools

Indeling

Nymphalinae [subfamilie]
Nymphalis [genus] (3/2)
antiopa [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieAtlas van de Nederlandse dagvlinders
ExpertSwaay, C. van (De Vlinderstichting)

 

statusInheems (1a)
habitatland
referentieTax 1989
expertChris van Swaay (De Vlinderstichting)
status sinds 1982Nog te bepalen
opmerkingVroeger standvlinder, momenteel alleen zwervers. In sommige jaren talrijk.
status rode lijstverdwenen uit Nederland / disappeared

 

 

Mobiliteit, verspreiding en trend

De rouwmantel is een zeer mobiele vlinder die over grote afstanden kan zwerven, vermoedelijk zelfs van Scandinavië naar Schotland of van Zuid-Polen naar Nederland. Dit doet hij bijna altijd individueel; er worden zelden meerdere vlinders samen zwervend waargenomen. (Veling 1997a, 1999, Maes & Van Dyck 1999).

De rouwmantel komt voor van West-Frankrijk en Noord-Portugal tot Oost-Azië en Noord-Amerika en van Scandinavië tot Midden-Spanje en Griekenland. In Nederland was hij aan het begin van de twintigste eeuw een vrij algemene standvlinder van de zand- en duingronden. Vooral op de Veluwe kwam de soort in grotere aantallen voor. Ter Haar (1928) noemt de soort 'over het algemeen vrij zeldzaam, op de Veluwe soms vrij talrijk langs boschranden'. Ook volgens andere waarnemers, zoals Besemer & Meeuse (1938), was de rouwmantel tot omstreeks het midden van de vorige eeuw onder andere op de Veluwe algemeen. Begin jaren zestig verdwijnt de soort plotseling. De oorzaak hiervan is onduidelijk. Overigens staat deze soort bekend om de grote schommelingen in jaarlijkse aantallen, vermoedelijk afhankelijk van de hoeveelheid rupsen die wordt geparasiteerd. De laatste vlinders van een inlandse populatie worden in 1964 bij Epe (ge) gezien. Sindsdien worden er nog jaarlijks zwervers gevonden, variërend van drie tot 20 individuen. In 1995 was er een massale invasie van de rouwmantel uit Oost-Europa. Hoewel er geen nesten van rupsen zijn gevonden, heeft de soort zich hier twee jaar kunnen handhaven, maar sindsdien is hij weer verdwenen (zie kader). (Veling 1999, Bellmann 2005).

Bron

Auteur(s)

Wynhoff, I., Swaay, C. van, Groenendijk, D., Bosveld, M., Bos, F.

Publicatie