Overslaan en naar de inhoud gaan

Bruin blauwtje Aricia agestis

Foto: Dick Belgers

Indeling

Polyommatinae [subfamilie]
Aricia [genus] (1/1)
agestis [soort]

Levenscyclus en gedrag

De waardplanten van het bruin blauwtje zijn verschillende soorten uit de ooievaarsbekfamilie, met name kleine ooievaarsbek en beide ondersoorten van gewone reigersbek. In het buitenland zit deze soort vooral op zonneroosjes He-lianthemum, die in Nederland zeer zeldzaam zijn. Een vrouwtje dat eitjes wil afzetten vliegt met een fladderende vlucht laag boven de vegetatie om een geschikte plaats te vinden. Ze ge-bruikt planten met dikke, vlezige bladeren. Die groeien doorgaans in een beschutte, zonnige laagte of op kale open grond. Het eitje wordt vaak aan de onderzijde van het blad afgezet. De jonge rups eet de onderzijde van het weefsel van het blad en beschadigt de bovenste bladlaag niet. Deze mineergang met een kleine opening aan de onderzijde van het blad is vrij opvallend. Oudere rupsen eten niet alleen het volledige blad maar ook de bloemen en de vruchten. Soms worden rupsen verzorgd door mieren. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat vlinders die als rups regelmatig door mieren zijn verzorgd, 10% groter zijn dan vlinders van niet-verzorgde rupsen. De ontwikkeling van deze grotere individuen duurt echter een dag langer. De rups verpopt zich in de strooisellaag nabij de waardplant. Rupsen van de tweede ge-neratie overwinteren, meestal op de grond onder de waardplant. (Thomas & Lewington 1991, Bink 1992, Bourn & Thomas 1993, Fiedler & Saam 1994, 1995, Fiedler & Hummel 1995, Maes & Van Dyck 1999).

De eerste vlinders verschijnen begin mei. De dichtheid aan vlinders is doorgaans hoog, zo'n 14 tot 90 individuen per ha. De vlinders besteden relatief veel tijd, ca 60% van de dag, aan het zoeken naar nectar van verschillende kruiden, ook van soorten die niet vaak door andere vlinders worden gebruikt, zoals boerenwormkruid en duizendblad. Jakobs-kruiskruid is echter favoriet. 's Nachts rusten de vlinders vaak in groepen, soms samen met andere blauwtjes, hangend aan grassprieten met de kop naar beneden. 's Ochtends zonnen ze nog een tijdje samen met uitgespreide vleugels. Mannetjes hebben twee strategie├źn om een partner te vinden: wachten op een open plekje op de grond of patrouilleren. Ontdekt een mannetje een vrouwtje, dan maken de vlinders een korte zigzagvlucht, waarna ze op een graspol landen om te paren. Ongeveer drie dagen na de paring zijn de eitjes rijp. (Tax 1989, Thomas & Lewington 1991, Akkermans et al. 2001, Van Swaay 2003).

Vliegtijd en overwintering

Het bruin blauwtje vliegt in twee generaties, de eerste tussen 6 mei en 15 juni, de tweede tussen 16 juli en 5 september. De uiterste vliegdata zijn 23 april en 19 oktober. Hij overwintert als halfvolgroeide rups.

Bron

Auteur(s)

Wynhoff, I., Swaay, C. van, Groenendijk, D., Bos, F., Bosveld, M.

Publicatie