Overslaan en naar de inhoud gaan

Groentje Callophrys rubi

Foto: Jur Heijnen

Indeling

Theclinae [subfamilie]
Callophrys [genus] (1/1)
rubi [soort]

Levenscyclus en gedrag

Het groentje heeft een schijnbaar merkwaardig scala aan (delen van) waardplanten. De rupsen eten van bramen de bloemknoppen, van sporkehout het jonge blad en de vruchten; van heide en bosbessen de knoppen en de bladeren; van een aantal vlinderbloemigen, zoals brem en heidebrem, eten ze groeipunten en de bloemen. Een vrouwtje dat op zoek is naar een plaats om eitjes af te zetten, fladdert traag rond. Regelmatig landt ze om te onderzoeken of een bepaalde plant geschikt is. Afhankelijk van de waardplant zet ze een eitje af op het uiteinde van een jong blaadje of in een bloemknop. (Tax 1989, Thomas & Lewington 1991, Bink 1992, Decleer 1992).

Wanneer de rups uit het eitje komt, eet hij zich in het plantenweefsel. Later leeft hij meer op de plant maar is ook dan moeilijk te vinden. Soms zijn rupsen kannibalistisch en eten kleinere soortgenoten. Hoewel de rups honingklieren heeft, scheidt hij geen zoetigheid af en is dus onaantrekkelijk voor mieren. Daarentegen is de pop wel geliefd bij mieren, mogelijk door het piepende geluid dat hij kan maken. De verpopping vindt plaats in de strooisellaag. Vaak nemen mieren de pop mee naar hun nest of bedekken hem met strooiseldeeltjes. Daar overwintert hij. (Frohawk 1934, Fiedler 1990, Thomas & Lewington 1991, Decleer 1992).

Vanaf april vliegen de vlinders. De dichtheid is hoog, circa 10 tot 48 vlinders per ha. Ze voeden zich met nectar van een klein aantal planten, zoals wilde lijsterbes, sporkehout, rode bosbes, dopheide en braam. Gemiddeld besteden vlinders per dag 18% van de actieve periode aan het zoeken naar voedsel. De mannetjes schuilen vaak samen in een één tot twee meter hoge struik. Doorgaans wordt hiervoor elk jaar dezelfde struik gebruikt. Het mannetje zit daar stil op een uitkijkpost en stort zich plotseling op een passerende vlinder, eventueel gevolgd door andere mannetjes. Is de langsvliegende vlinder eveneens een mannetje, dan vliegen de rivalen spiraalsgewijs om elkaar heen totdat één verdwijnt. Vrouwtjes worden vasthoudend achtervolgd. Als een mannetje wegvliegt, neemt een ander mannetje vaak zijn plek in. Deze stoelendans zorgt ervoor dat de mannetjes regelmatig van plaats wisselen in dezelfde struik. (Frohawk 1934, Tax 1989, Thomas & Lewington 1991, Maes & Van Dyck 1999, Dijksen-Overbeeke 1999, Van Swaay 2003).

Vliegtijd en overwintering

Het groentje vliegt in een lange generatie van 1 mei tot 5 juli. De uiterste vliegdata zijn 11 maart en 5 september. De soort overwintert als pop.

Bron

Auteur(s)

Wynhoff, I., Groenendijk, D., Swaay, C. van, Bosveld, M., Bos, F.

Publicatie