Overslaan en naar de inhoud gaan

Rode vuurvlinder Lycaena hippothoe

Foto: Paul Kersten

Indeling

Lycaeninae [subfamilie]
Lycaena [genus] (5/4)
hippothoe [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieAtlas van de Nederlandse dagvlinders
ExpertSwaay, C. van (De Vlinderstichting)

 

Mobiliteit, verspreiding en trend

De rode vuurvlinder is een mobiele vlinder, ook al categoriseert Bink (1992) de soort als honkvast. Shreeve (1995), Weidemann (1995) en Cowley et al. (2001) schatten deze soort echter mobieler in.

De rode vuurvlinder leeft in een groot deel van Europa. In Nederland kwam hij aan het begin van de vorige eeuw vooral in het noordoosten van het land en in de Gelderse Vallei voor; verder is de soort verspreid in de duinen, Noord-Brabant en Limburg gevonden. Tot in de jaren twintig van de vorige eeuw zijn er relatief veel vlinders gezien, daarna worden de aantallen minder. In deze periode verdwijnen ook veel kleinere populaties. Tot midden jaren dertig vloog de soort in de Gelderse Vallei, daarna was de verspreiding vrijwel beperkt tot het noorden van het land. De laatste populaties waren bij Wolvega en Paterswolde. De laatste waarneming van vlinders van een inheemse populatie dateert van 16 juni 1946 uit de omgeving van Paterswolde. De rode vuurvlinder is de eerste standvlinder die uit Nederland verdween. Sinds 1946 zijn nog enkele keren zwervende vlinders gezien: bij Teteringen (1954) en Den Haag (1961). Begin jaren negentig zijn verschillende exemplaren, verspreid over verschillende jaren, nabij Lemiers (li) waargenomen (niet op kaart). Vermoedelijk waren deze afkomstig van de inmiddels verdwenen populatie op de Duitse 'Schnee-berg'. In de jaren negentig is een exemplaar in Zuid-Holland gevonden. Dit dier bleek te behoren tot de ondersoort L. hippothoe eurydame die in de Alpen leeft en dus niet op eigen kracht Nederland kan bereiken.

Toekomst

De aanwezigheid van duurzame populaties van deze soort is in Nederland voorlopig niet te verwachten. Op dit moment is het geschikte leefgebied in onvoldoende mate aanwezig.

Bron

Auteur(s)

Wynhoff, I., Swaay, C. van, Groenendijk, D., Bosveld, M., Bos, F.