Overslaan en naar de inhoud gaan

Iepenpage Satyrium w-album

Indeling

Theclinae [subfamilie]
Satyrium [genus] (3/2)
w-album [soort]

Levenscyclus en gedrag

De waardboom van de iepenpage zijn verschillende soorten iepen zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars. Het eitje wordt meestal afgezet op de eindknoppen en de overgang van nieuw naar eenjarig hout in de boomkruin, minder vaak op een bloemknop of een knopoksel. Het eitje overwintert. Zodra de iep begint te bloeien - meestal in maart - komt het eitje uit. De rups eet aanvankelijk het binnenste van de bloemknoppen, maar later ook de zaden en de bladeren. Bij elke vervelling verandert zijn kleur en hij volgt daarbij de veranderende kleuren van de bladeren. Oudere rupsen leven op of onder de bladeren, vaak nabij de hoofdnerf. De pop zit meestal aan de onderkant van een eindstandig blad, soms aan bladstengels of takjes. Doordat ze donker afsteken, worden rupsen en poppen wel eens gevonden door in mei met tegenlicht de bladeren af te turen (zie kader). (Smeets 1992, Nielsen 1993, Liebert 1999, Maes & van Dyck 1999).

Het aantal vlinders op de vliegplaatsen is hoog tot zeer hoog, circa 16 tot 260 individuen per ha. Vlinders zijn echter bijzonder lastig te vinden want ze leven vooral hoog in de boomkruin. Ze voeden zich voornamelijk met honingdauw, maar 's ochtends en in de vroege avond komen ze wel eens naar beneden en worden dan gezien op bloemen of op vochtige delen van zandwegen. In Nederland is de soort slechts eenmaal nectardrinkend waargenomen (op een braam), in België is hij vaker drinkend gezien bijvoorbeeld op akkerdistel, koninginnenkruid, fluitenkruid en braam. (Geraedts 1986, Bink 1992, Maes & Van Dyck 1999, Akkermans et al. 2001).

 Vliegtijd en overwintering

De iepenpage vliegt in één generatie tussen 11 juni en 10 augustus. De uiterste vliegdata zijn 1 juni en 20 augustus. De soort overwintert als ei.

Bron

Auteur(s)

Wynhoff, I., Swaay, C. van, Groenendijk, D., Bosveld, M., Bos, F.

Publicatie